Elk jaar nieuwe gezichten in de leraarskamer: waarom leerkrachten blijven vertrekken

Gepubliceerd op 17 september 2026 om 20:39

Eind juni. Er wordt geklonken, er zijn bloemen en er is een kaartje met veel handtekeningen. Twee collega's nemen afscheid. De ene gaat naar een andere sector, de andere blijft nog halftijds maar niet meer voor de klas.

In september staan er weer nieuwe gezichten. Lieve mensen, met goesting. En alles wat vorig jaar was afgesproken, uitgezocht, uitgeprobeerd en bijgestuurd, moet opnieuw uitgelegd worden. Het lerarentekort is voelbaar, ook al is je team opnieuw compleet.

Een team dat elk jaar opnieuw start, bouwt nooit verder

Kindgericht werken bouw je niet op in een jaar. Een doordachte klaswerking, een gedeelde kijk op spel, afspraken over hoekenwerk en observeren: dat zijn dingen die groeien omdat mensen samen blijven zoeken. Als de helft van de zoekers vertrokken is, begint de zoektocht weer van nul.

En dus vertelt de kleuterjuf van de derde kleuterklas voor de vierde keer waar het materiaal staat, hoe het zorgoverleg loopt en waarom ze in deze school niet met weg-en-weermapjes werken. Ze doet dat graag, want ze is een warme collega. Maar de tijd die ze daaraan geeft, gaat niet naar haar eigen klas.

De directeur legt intussen een puzzel met wie beschikbaar is, niet met wie waar past. Een interim voor zes weken, dan een andere, dan opnieuw zoeken. De kinderen krijgen drie juffen op een jaar. De ouders weten niet meer bij wie ze terecht kunnen.

En wie blijft? Die vangt op. Die neemt nog een taak, nog een begeleiding, nog een klas erbij op een moeilijke dag. Die zegt: ik doe het wel.

Doorbijten voelt lang goed. Tot het niet meer gaat

Hier gebeurt er iets fysiek dat we zelden benoemen. Wie doorbijt, draait op endorfine. Dat is het hormoon dat een loper de laatste kilometer doet uitlopen: het maskeert pijn zodat je kan doorgaan. Handig als je nog drie weken tot de vakantie hebt. Verraderlijk als je er elke week op teert, want je voelt niet meer hoe leeg je eigenlijk bent.

En dan is er dopamine. De korte piek van iets afgewerkt hebben. Het vinkje op je lijstje, de klas die om half zes op punt staat, de oudercontacten die achter je liggen, de bundel die af is. Een instant beloning, kort en fijn, en daarna zoek je de volgende.

Daar zit de mechaniek: endorfine en dopamine houden je rechtop, maar ze vullen niets aan. Ze overbruggen. Je kan een heel schooljaar overbruggen en in juli instorten, en dan denken dat het aan jou lag.

De oplossingen die we aanreiken, mikken vaak net op die twee: endorfine en dopamine. Een nieuw digitaal systeem dat je sneller doet afvinken. Een studiedag over planlast waarna er drie tips op de agenda staan. 

Een teamdag met tapas in juni. Allemaal fijn, allemaal welgemeend. Maar een avond tapas geeft een boost, en maandag is het weer maandag. We vragen mensen niet om minder te dragen, we maken het dragen iets aangenamer.De oplossingen die we aanreiken, mikken vaak net op die twee: endorfine en dopamine. Een nieuw digitaal systeem dat je sneller doet afvinken. Een studiedag over planlast waarna er drie tips op de agenda staan. Een teamdag met tapas in juni. Allemaal fijn, allemaal welgemeend.

Maar een avond tapas geeft een boost, en maandag is het weer maandag. We vragen mensen niet om minder te dragen, we maken het dragen iets aangenamer.

Wat chronische stress doet met vertrouwen

En dan is er cortisol, het stresshormoon. Kort is dat nuttig: het maakt je scherp als er iets moet gebeuren. Chronisch is het sloopwerk.

Wie langdurig in die stand staat, vernauwt. De blik gaat naar overleven, naar vandaag doorkomen. De deur van de klas gaat toe, want alleen is het minder rommelig dan samen. Je vertelt niet meer dat het niet lukt, want dat voelt als falen, en falen wil je niet op tafel leggen in een team waar iedereen al te veel draagt.

Zo worden collega's stilletjes concurrenten. Van tijd, van zorgondersteuning, van de aandacht van de directie. Niemand wil dat, iedereen doet eraan mee.

En de twijfel komt binnen. Doe ik het nog goed? Die vraag hoor ik zo vaak bij leerkrachten die nochtans prachtig werk leveren. Kindgericht werken vraagt ruimte in je hoofd om te kijken naar wat een kind je laat zien. Die ruimte is het eerste wat cortisol inneemt.

Wat mensen wél doet blijven

Er zijn twee hormonen die we in scholen veel te weinig ruimte geven, en het zijn net die twee die mensen doen blijven.

Serotonine komt vrij bij waardering en respect. Niet bij een bedankje op de laatste schooldag, wel bij iets dat concreet benoemd wordt op een dinsdag in oktober. "Ik zag hoe je die kleuter opving vanmorgen, dat was fijn gedaan." Waardering die klopt, is specifiek. Ze gaat over vakmanschap, niet over inzet in het algemeen.

Respect is de andere kant daarvan: vertrouwen in het vakmanschap van de mens voor je. Niet alles hoeft worden gecontroleerd, niet elke keuze hoeft in een document worden genoteerd. Een leerkracht die mag uitleggen waarom ze iets doet, en gehoord wordt, staat steviger in haar schoenen dan een leerkracht die een checklist correct afwerkte.

Dit kan je tot een gewoonte maken. Een vast punt op elk overleg waar we uitspreken wat lukte, en van wie het kwam. Geen agendapunt dat wegvalt als de tijd krap is, want dan valt het altijd weg.

Oxytocine gaat nog een laag dieper: verbondenheid. Samen dragen. Weten dat iemand weet waar jij mee zit. Dat is niet hetzelfde als gezelligheid. Het is met twee voor een moeilijke kleutersituatie staan in plaats van alleen. Het is een visie die niet van de directie is maar van het team, waar je in mag geloven en aan mag bijdragen. Het is een collega die vraagt hoe het gisteren nog geëindigd is.

Mensen blijven bij mensen. Zelden bij een schoolconcept.

En dan die cortisol. Die neem je niet weg met een techniek, wel met keuzes. Niet alles kan, ook al is alles zinvol. Een directeur die schrapt, geeft zijn team meer dan een directeur die een handige tool aanreikt. Welke vergadering kan weg? Welke lijst houden we bij omdat we ze nodig hebben, en welke omdat we ze altijd al bijhielden? Welk project stellen we dit jaar bewust uit?

Duurzaamheid in een schoolteam zit dus niet in harder werken. Ze zit in waardering, respect en verbinding, en in de ruimte die je vrijmaakt zodat die drie ergens kunnen landen.

Kijk eens naar je eigen team, of naar je eigen week: waar houd je je rechtop op doorbijt-energie, en waar word je echt gevoed? Het antwoord op die vraag vertelt je meer over komend schooljaar dan welk organisatiemodel ook. En wil je die vraag niet alleen uitpluizen, dan denk ik graag met je mee.

Bron: Leaders eat last  - Simon Sinek